nhg

Praktijklijn
078 - 621 01 73

Faxlijn
078 - 621 39 27

Spoedlijn
078 - 616 22 12

Avond / weekend
078 - 20 200 20

Huisartsenpost
078 - 20 200 20

Wat is een TIA?

We spreken van een TIA wanneer een gedeelte van de hersenen tijdelijk te weinig bloed krijgt. Daardoor werken bepaalde hersencellen tijdelijk minder goed of helemaal niet. TIA staat voor Transient Ischaemic Attack. Vrij vertaald is dit een ‘voorbijgaande doorbloedingsstoornis’. Sommigen noemen het ‘een voorbijgaande beroerte’.

Wat zijn de verschijnselen?

De verschijnselen van een TIA verschillen per persoon, afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de bloedtoevoer is verminderd. Elk hersengebied heeft zijn eigen taak. Zo is er bijvoorbeeld één bepaald hersengebied voor de spieren in een arm, één voor de spieren in uw gezicht, voor uw spraak of voor het kijken. Afhankelijk van het gebied dat te weinig bloed krijgt, kunt u bijvoorbeeld opeens uw arm niet meer gebruiken, of u kunt niet meer duidelijk praten, uw gezicht trekt scheef of u ziet even veel minder. Dit noemen we uitvalsverschijnselen. Gelukkig gaan de verschijnselen van een TIA vanzelf over: vaak binnen vijf minuten tot een halfuur, soms later, soms pas na 24 uur. Duurt de uitval lang of blijven er uitvalsverschijnselen bestaan, dan spreken we van een CVA (Cerebro Vasculair Accident) of beroerte.

Hoe ontstaat het?

Het ontstaan van een TIA heeft veel te maken met de conditie van uw bloedvaten. Met de jaren verslechtert de conditie van de bloedvaten in het hele lichaam. Er kunnen vernauwingen optreden en er kunnen bloedstolsels ontstaan die aan de vaatwand vastkleven. Soms kan een stukje van zo’n stolsel (bloedpropje of embolie) loslaten en met de bloedstroom meegevoerd worden. Het bloedpropje kan dan in een kleinere vertakking van een bloedvat verderop vastlopen en dit afsluiten. Als zo’n bloedvaatje verstopt raakt, ontstaat er een TIA. Er stroomt dan tijdelijk te weinig bloed naar een deel van uw hersenen.

Soms kan een onregelmatige hartslag (atriumfibrilleren) er de oorzaak van zijn dat bloedstolsels in het hart ontstaan. Hierbij kan een stukje stolsel (bloedpropje) loslaten en in een kleiner bloedvat in de hersenen vastlopen en dit afsluiten.

De conditie van uw bloedvaten wordt sterk beïnvloed door roken, hoge bloeddruk, een hoog cholesterol, diabetes mellitus, overgewicht en gebrek aan lichaamsbeweging. Deze zogenaamde risicofactoren verhogen de kans op een vernauwing of verstopping van bloedvaten.

Adviezen

Wanneer u eenmaal een TIA heeft gehad, heeft u een vergrote kans om een tweede TIA of een CVA te krijgen. U kunt die kans verkleinen door de volgende maatregelen te nemen:

  • stop met roken; roken is erg slecht voor uw bloedvaten;
  • beperk het drinken van alcohol tot hooguit een à twee glazen per dag;
  • probeer bij overgewicht af te vallen of in ieder geval niet meer aan te komen;
  • ga dagelijks een halfuur fietsen of wandelen;
  • zorg bij een hoge bloeddruk dat u de gegeven leefstijl- en behandelingsadviezen opvolgt enmedicijnen tegen hoge bloeddruk dagelijks inneemt;
  • zorg bij diabetes mellitus voor een goede instelling van uw bloedsuiker;
  • zorg bij een hoog cholesterol dat u de voedingsadviezen opvolgt, en neem medicijnen om het cholesterol te verlagen trouw in;
  • eet gezond met veel verse groenten en fruit.

Deze maatregelen helpen niet alleen ter voorkoming van TIA’s (of een CVA), maar zorgen ook dat u minder kans heeft op bijvoorbeeld een hartinfarct.

Medicijnen

U krijgt een bloedverdunner voorgeschreven: een keer per dag acetylsalicylzuur (80 mg) of carbasalaatcalcium (100 mg). Daarmee is de kans op een nieuwe TIA kleiner. Deze middelen kunnen soms maagklachten geven.

Mensen met atriumfibrilleren gebruiken meestal een ander soort bloedverdunner (coumarine) om de vorming van bloedstolsels tegen te gaan.

Heeft u een hoge bloeddruk, te hoog cholesterol of diabetes mellitus dan krijgt u daar na een TIA altijd medicijnen voor.

Hoe gaat het verder?

Een week na de TIA kunt u op het spreekuur komen voor een nabespreking. We bekijken samen wat u kunt doen om uw risico op een nieuwe TIA of andere hart/vaatziekten kleiner te maken. We bespreken de genoemde adviezen en maken een plan. Ook krijgt u zo nodig medicijnen voor bloeddruk, cholesterol of diabetes. We spreken af wanneer u voor controle komt. Dan bespreken we hoe het gaat en controleren of de medicijnen goed werken. Als u coumarine gebruikt, wordt de bloedverdunning regelmatig gecontroleerd door de trombosedienst. Bij de andere twee bloedverdunners is dat niet nodig.

Wanneer u merkt dat u opnieuw TIA-klachten krijgt, moet u direct contact opnemen met de huisartsenpraktijk of de huisartsenpost.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen nog vragen heeft, kunt u daar via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ons vragen overstellen